In de Creuse
In de Creuse, een departement ontstaan uit de “Marche”
De Creuse is een departement in Midden-Frankrijk, gecreëerd in de Franse Revolutie (26 februari 1970), dat zijn naam ontleend aan de rivieren de Grande en Petite Creuse die er doorheen stromen. Guéret, de hoofdstad, telt ongeveer 12.500 inwoners. De Creuse is het tweede minst bevolkte departement in Frankrijk. Het gebied is gelegen ten noordwesten van het Centraal Massief en beslaat het oostelijk deel van de vroegere provincie en het graafschap Marche (het zuidelijk deel is Haute-Vienne en Charente). “Marche” betekent tussengebied: het ontstond in de tiende eeuw als buffer tussen Aquitanië in het zuiden dat onder controle stond van de Engelse Pantagenêts, en de Berry in het Noorden dat onder invloed stond van het Franse koninkrijk. Tegelijk was het een grens tussen de Limousin in het westen en de Auvergne in het oosten. De talen die er gesproken werden varieerden van het Occitaans (langue d’oc) in het zuiden tot de langue d’oïl in het noorden, met het Croissant als mengtaal.
Een liedje uit 1855, waarvan steenkapper Jean Petit dit Jan dau Boueix (1810-1880) de auteur zou zijn, bezingt les maçons de la Creuse. In de negentiende eeuw trokken in de lente veel mannen uit de arme Creuse weg om zich als bouwvakker aan te bieden in tal van grote bouw- en infrastructuurwerken over geheel het Franse land. Een aantal monumenten, met name in Parijs, en vooral de door Napoleon III gewenste veranderingen van de stedelijke ruimte, toevertrouwd aan de prefect van Parijs, baron Hausmann, van 1853 tot 1870 danken hun bestaan aan de ondernemende en vakkundige steenhouwers van de Creuse. Hetzelfde geldt voor bruggen, kanalen en spoorwegen. De tweede strofe van het volksliedje luidt als volgt:
Quand revient le printemps, Wanneer de lente terugkeert,
Ils quittent leur chaumière, Verlaten ze hun huisje,
Laissant les vieux parents, De oude ouders achterlatend,
Les enfants et la mère. De kinderen en de moeder.
On voit le désespoir We zien de wanhoop
De la femme vertueuse, Van de brave vrouw,
Lorsqu’elle dit au revoir Als ze afscheid neemt
Au maçon de la Creuse Van de metselaar uit de Creuse
Terwijl de mannen afwezig waren, stonden vrouwen en kinderen er alleen voor, weliswaar onder de bevoogding van de clerus. De steenhouwers werden intussen in Parijs en in andere grote steden geconfronteerd met politieke stromingen die zij niet met de paplepel hadden meegekregen. Zo was er bijvoorbeeld de Commune van 1870, waarbij het volk in revolutionaire en republikeinse zin de macht greep van het autoritaire staatsbewind. Uiteraard konden die Creusois de Paris, toen ze huiswaarts keerden, zich niet meer vinden in toestanden die getuigden van klerikale bemoeizucht. Het antiklerikalisme zou in de Creuse via deze emancipatiebeweging wortelschieten.
Hoe het ook zij, spijts het feit dat de middeleeuwen over de streek een tapijt legden van kerken, kruisen en abdijen, is de Creuse momenteel sterk ontkerstend. Als ik om me heen kijk, blijk ik de enige monnik in het departement te zijn: nergens is nog een levende monastieke gemeenschap te vinden. Van andere kluizenaars in dit departement heb ik nimmer gehoord, maar je weet natuurlijk nooit of niet een of andere anonymus in grot of krocht verdoken leeft. Een kluizenaar is per definitie onbekend.